De mythe van het miskende genie

De essentie van het Chinees-Russische succesverhaal logenstraft ook de onder leken nog steeds gangbare mythe van het miskende genie: de romantische kunstenaar die toevallig met een artistieke lotsbestemming werd geboren en zich vervolgens als een martelaar opoffert voor de kunst. Die mythe hangt nauw samen met de opkomst van het Westerse individualiteitsdenken in de Renaissance, dat een overwaarde aan het individu heeft toegekend, die sindsdien door democratische culturen is gekoesterd en ontwikkeld. Maar hoe logisch het ook lijkt om kunst aan de hand van pakweg Michelangelo, Van Gogh, Cézanne of Picasso te beschouwen als een individuele uiting van genialiteit, de feiten leren dat dat maar beperkt opgaat; zonder een economische voedingsbodem voor de kunsthandel van Van Gogh had zelfs het romantische voorbeeld par excellence nooit kunnen bestaan. Ook in de kunst is het individu uiteindelijk ondergeschikt aan het collectief.

Pastorale Russe

Konstatin Andreevich Somov "Pastorale Russe" uit 1922 wisselde via Sotheby's London van eigenaar voor $5.231.240.

Het is pikant dat dit laatste begrip een sleutelwoord is in de landen die nu zo sterk in opkomst zijn, China en Rusland. Zowel binnen het Chinese Confucianisme als in de Russische volksaard is het individu namelijk al duizenden jaren ondergeschikt aan het collectief. Zo bezien is het geen wonder dat het communisme juist daar wortel schoot, waarbij het verschil in klemtoon tussen collectief en het hier gangbare Volk of Masa haarfijn het verschil tussen het Westerse en het Oosterse denken uitdrukt: collectief is een positieve benaming voor het totaal waar allen deel van uitmaken, terwijl volk en massa primair negatief geladen zijn. Vertaald in kunst zie je dat terug in het gegeven dat onze duurste in de vrije handel verkochte Van Goghs zich in Rusland en Japan bevinden en niet in Nederland. Dat komt uiteindelijk omdat hier niemand opstaat die kan of wil meegaan met de emotionele waarde die men er daar aan toekent en uiteindelijk is dat een vertaling van nationale onderwaardering of gedwongen moeten passen voor een economische realiteit.

Slave and Lion

XU BEIHONG "Slave and lion". Met een opbrengst van $7.004.400 is dit via Christie's geveilde werk het duurste Chinese schilderij ooit.

Het grote avontuur

Het diepere verhaal achter het huidige succes van Chinese en Russische kunstenaars wordt in hun bredere context nog maar nauwelijks begrepen. De nieuwe economische en politieke realiteit in de wereld ligt voor de hand, maar het succes van de Chinese kunst schuilt hierin, dat Chinese en Russische kunstenaars op de golf van ontbolstering van nationale trots een veel dynamischer kunstmodel hebben. De impuls die Westerse kunstenaars gedurende honderden jaren kregen van de ontdekking en verovering van verre werelden is inmiddels gecanoniseerd in academies waar docenten zich soms nauwelijks onderscheiden van ambtenaren. In de kunst van de nieuwe grootmachten ontbreekt die canon. Het vijfhonderd jaar ruiken en snuffelen dat de Westerse kunst was gegund, is daar samengebald in een periode van amper vijftien jaar. Het potentieel aan getalenteerde kunstenaars in post communistische landen ontwaakte uit het communisme in een soms beangstigende, maar vooral inspirerende, uitdagende wereld vol kansen.

De combinatie van expansie, trots en een fundamenteel vertrouwen in een succesvol tot wasdom gekomen collectief ideaal vormt zowel de motor onder de ongekende economische ontwikkeling die deze landen doormaken als het fundament onder hun culturele ontwikkeling. Met name de Chinese kunst ademt zoiets als ‘avontuur'! Hoewel het even wennen is voor iedereen die tijdens zijn studie kunstgeschiedenis niet één eigentijdse Chinese of Russische kunstenaarsnaam uit het hoofd hoefde te leren, kan die ontwikkeling eigenlijk nauwelijks verbazing wekken. Alle grote culturele uitingen die de geschiedenis heeft opgeleverd zijn zonder uitzondering getuige van ongekende economische bloeiperioden. Natuurlijk is kunst uiteindelijk ook een individuele uiting maar de geniale kunstenaars die in Burkino Faso worden geboren komen nooit tot wasdom. Arno Verkade, hoofd Moderne Kunst bij veilinghuis Christie's: ‘De opkomst van moderne Chinese en Russische kunst komt hoofdzakelijk voort uit het opengaan van de economie en het ontstaan van een lokale elite. In dit soort landen wordt die elite te vaak heel erg snel rijk en met een beetje goede wil is het dan niet moeilijk om de nationale kunst opeens hot te maken.'

Still life with Flowers

Iya Ivanovich Mashkovs "Still life with Flowers" was goed voor €3.135.233! 

Records & nuances

De vraagstelling omdraaiend, rijst de vraag of de recordprijzen voor Chinese en Russische kunst daadwerkelijk een voorbode van een verschuivend economisch krachtveld in de wereld zijn? Chistie's p.r.-manager Maarten van Gijn draait die vraag graag een slag door : ‘Ik denk dat het meer een ‘nabode' is dan een voorbode. Veilinghuizen hobbelen namelijk altijd een beetje achter de economie aan. Ik kan me de beurscrash van 1989 nog herinneren. Een half jaar daarna hebben wij onze beste veilingen ooit gedraaid, pas een jaar daarna zakte het in.' Mark L.J. Grol, directeur van veilinghuis Sotheby's voegt daar aan toe dat de huidige veilingrecords wel de toon zetten, maar geen goed inzicht in de werkelijke markt geven: ‘De veilingen vallen het meest op omdat ze openbaar zijn, maar de veilingrecords zijn niet de echte records. In de reguliere kunsthanden gaan incidenteel nog veel grotere bedragen om.'

Verkade ziet de opmars van Chinese en Russische kunst overigens niet als een optelsom van veilingprijzen: ‘Ik denk dat als je een eventuele Colombia sale of een India sale ook tot een succes kunt maken, mits je die op de juiste manier opzet. Maar de invloed van de Chinezen en Russen is op een bredere manier belangrijk: ze zetten een toon en zenden een signaal uit.' Verkade wijst erop dat je Russen en Chinezen niet over een kam kunt scheren. Ze delen het gegeven dat hun moderne kunst stevig in de mondiale lift zit maar Russen kopen nogsteeds liever een Warhol of Jeff Coons, dan dat ze hun eigen kunst kopen: ‘Ze kopen wel historische kunstwerken terug, maar verder zijn ze daar geconditioneerd door het dollarteken, precies zoals Warhol dat veertig jaar geleden al vastlegde in zijn werk. Warhol is een icoon en dat dollarteken staat voor de Westerse media, kunst en voor het westerse leven. Dit dollarteken is recent gekocht door een Rus voor het dubbele bedrag dan wat het een jaar eerder opbracht op een veiling.'

Tiananmen Square

Iya Ivanovich Mashkovs "Still life with Flowers" was goed voor €3.135.233! 

Eigen kunst eerst

Paradoxaal genoeg is de opmars van de Russische kunst vooral een zaak van de Russische nieuwe rijken, die de traditionele kunstaankopen combineren met cultuurbewust investeren. Net zoals ze daar geloven dat je met de juiste investering een lokale Russische voetbalclub Europees kampioen kunt maken, denken ze dat het kopen van die lokale kunst op zich voor een waarde-impuls zorgt. De impuls heeft daar een smallere basis dan in China, waar zowel binnen- als buitenlandse verzamelaars zich verdringen. Het lijkt echter een kwestie van tijd voor zich dat vertaalt naar een even explosief toenemende belangstelling voor die kunst vanuit de traditionele markten, net zoals dat in China is gebeurd. Verkade maakt die markt concreet: ‘Het klinkt ongelofelijk, maar in China komen er ongeveer 2000 miljonairs per week bij. Als er ergens zoveel rijken per week bijkomen en twee daarvan zich ontpoppen als kunstverzamelaar/belegger, dan heb je al snel een spectaculair potentieel.' Grol wijst erop dat de interne kunstmarkt zich daar mede zo ontwikkeld heeft omdat er door de eeuwen heen zoveel kunst uit China en Rusland is geroofd of verkocht uit armoede: ‘De cultuurbewuste rijke elite wil zijn erfgoed terugkopen. Ook bij moderne kunst is het zo dat ze het in eerste instantie aan hun eigen cultuur besteden. Karel Appel is bekend, maar toch echt bekenden in Nederland dan in Shanghai. Een ander aspect dat meespeelt is dat Chinezen de afgelopen zeventig jaar in volkomen culturele afzondering zijn opgegroeid. Veel van die Westerse kunst zegt ze domweg niets.' Verkade beaamt dit, wijzend op de nog veel sensationelere bedragen die de traditionele Chinese kunst opbrengt: ‘Zo hadden we een Chinees potje uit de 14e eeuw, dat 23 miljoen opbracht. Daar zit dan ook een Chinees achter. Chinezen kopen nog fanatieker hun eigen kunst terug dan Russen. Ik denk dat de Chinese cultuur zo lang dicht is geweest, dat Rembrandt hen minder zegt.'

Warriors

De opkomst van de moderne Russische & Chinese kunstscene

Er is een duidelijk verschil tussen het kopen van een schilderij van € 2.500 voor aan de muur, en het kopen van een schilderij van € 250.000 voor in een kluis. Voor het eerste slaag je zelfs in Timboektoe, voor het tweede dient er een lokaal alternatief voor de internationale ijkpunten te zijn. Dat is in Rusland en China pas sinds een jaar of vier, vijf het geval. Dat hangt natuurlijk direct samen met de incubatietijd die de kunstenaars uit die landen nodig hadden na de val van het communisme of, zoals in China, de openingen die de staatshervormingen hen boden. Anders gezegd: tot 1990 hadden Chinese en Russische kunstenaars amper van Andy Warhol of Jeff Koons gehoord. Daarna barstte de inhaalslag los. Niet alleen onder de kunstenaars, maar ook in het galeriewezen en de kunsthandel. Grol: ‘Het begint altijd met een underground markt, in kleine galerietjes. Dat werden grotere galeries, die gaandeweg nationaal aansprekende tentoonstellingen organiseren. Een stap verder worden dat internationale tentoonstellingen. De veilingmarkt is eigenlijk slechts de sluitsteen, die springen pas in de trein als die op stoom is gekomen en blazen dan nog even flink in de ketel, waardoor de trein nog harder gaat rijden.'

Wat de kunst in China betreft leidde de weg van folkloristische staatskunst en Marxistisch realisme naar een icoonachtige effectkunst, die veel te maken heeft met de Westerse verworvenheden uit de jaren zestig. De mix van die Pop-Art invloed met hoog opgeleide kunstenaars, die voorheen misbruikt werden om de waarden van het Rode Boekje uit te dragen, zorgt voor sensationele artistieke impulsen, Met name in China, waar inhoud, sfeertekening en uiterlijk vertoon eeuwenlang samen zijn gegaan, krijgen zelfs portretten soms zo een bijna mythische lading mee. Die mengeling verklaart de waardering voor Zhang Xiaogangs Comrade 120 uit de Bloodline Series, dat medio maart 2006 bij Sotheby's voor $ 979.200 van eigenaar verwisselde. Er klinkt overigens ook zeker een echo van hedendaagse Japanse kunst in de Chinese door, als was het maar door gedeelde invloeden: de Japanse schilderkunst is sterk beïnvloed door de cartooncultuur, die op haar beurt weer tribuut aan Pop-Art kunstenaars als Roy Liechtenstein en andermaar Warhol verschuldigd is. Typische stijlkenmerken van Russische of Chinese kunst zijn in algemeenheid natuurlijk moeilijk te schetsen, maar grof gezegd is Chinese moderne kunst erg figuratief en daarnaast Pop-Art georiënteerd. De sterk Aziatische look komt vooral doordat er vaak Chinezen op worden afgebeeld. Het Pop-Art element als tegenhanger van het mystieke gegeven dat in Zhang Xiaogangs werk sterk naar voren komt, is goed te zien in Chen Danqings Streetdance, dat medio september jongstleden bij Christie's niet alleen het maart-record van Zhang Xiaogang brak, maar tegelijkertijd als eerste lot van een nog levende Chinese kunstenaar door de magische Million Dollar Grens brak. Liefst $ 1.472.000 bracht het op. De absolute topper is echter een oudgediende, die hier alleen voorkomt omdat er achter zijn geboortejaar 1921 geen ‘haakjes sluiten' staan, de 85-jarige oude meester Zao Wou-Ki. Aan hem komt ontegenzeggelijk de eer toe de Chinese Picasso van de twintigste eeuw te zijn. Maar een blik op de bestsellerlijsten leert dat de toekomstige westerse kunstenaars ooit zullen strijden om de eer de Westerse evenknie van Zhang Xiaogang te zijn geweest.

De Russische kunst is natuurlijk van volkomen tegengestelde signatuur. Hun moderne kunst is veel avant-gardistischer en abstracter van signatuur, terwijl de vroeg 20e-eeuwse meesters die nu zo in opmars zijn, destijds als reactionair werden verguisd: ze schilderen in een naïef, tegen het impressionisme aanleunende stijl, die nu dus ineens weer helemaal hip is. In beide gevallen ademt de Russische kunst echter een Westers stijlgevoel, het is veel meer ‘internationale' kunst. Verkade: ‘De onderwerpen zijn misschien Russisch, maar de stijl niet.' Vertalen we de opmars van die Russische meesters in geld, dan is het schoolvoorbeeld Ilya Ivanovich Mashkovs ‘Stilleven met bloemen', dat in december 2005 voor het lieve sommetje van € 3.135.233 over de toonbank ging. Dat is overigens nog steeds niet te vergelijken met een Chinese tijdgenoot van Mashkov als Xu Beihong, van wie recent een werk voor ruim € 7.000.000 van eigenaar wisselde.

Kunststerren

De bedragen voor 20e eeuwse meesters maken de waardering voor de in 1958 geboren Zhang Xiaogang des te opmerkelijker. Ze roepen ook de aloude vraag op waarom iemand miljoenen voor een schilderij uit 1997 betaalt? Wat is kunst? Wie bepaalt dat de ene kunstenaar die positie krijgt en de ander een plekje (ver) daaronder? Het is een vraag die overal ter wereld wordt gesteld en door de Jan Hoetsen en Rudi Fuchsen van deze wereld kan worden beantwoord met: ‘Wij'. Dat is in Rusland en China niet anders. Toonaangevende galeristen en museumdirecteuren selecteren talent en testen dat uit in tentoonstellingen. Grol: ‘Maar uiteindelijk is het de kunstenaar die het moet doen. Je kunt gepromoot worden, maar je werk moet een ziel hebben - kunst is een soort Zeitgeist; het moet het gevoel van de tijd weergeven, iets losmaken. Dat gebeurt zelden bij iemand zonder bagage: die Chinese kunstenaars die nu enorme bedragen opbrengen zijn meestal 20 jaar bezig. ‘Van Gijn constateert dat die hitkunstenaars wel een andere status genieten dan een succesvol kunstenaar hier te lande: ‘De succesvolste Chinese kunstenaars hebben wel twintig man voor zich werken. Ze zijn echte sterren! Het is bijna grappig om te zien, want in hun sterzijn kijken ze uiteindelijk weer heel erg naar wat westerse supersterren doen en gaan dus bijvoorbeeld ook hun eigen restaurantketen, kleding- of geurlijn starten.'

Money, money, money

Waar Grol denkt dat de markt voor met name Chinese kunst momenteel eigenlijk licht overspannen is, zien Van Gijn pas het begin van de Everest: ‘Iets dat drie jaar geleden € 20.000 opbracht brengt nu al gauw € 450.000 op. Onze CEO heeft gezegd dat binnen nu en 10 jaar het duurste kunstobject ter wereld Chinees zal zijn.' Dat verbaast Grol weer niets: ‘Je hoeft maar Chinees te roepen en iedereen wordt hebberig. Kunsthandelaar Willem Kerseboom heeft een wachtlijst tot en met twee jaar voor Chinese kunstwerken, dus het is geen boude bewering dat Chinese kunst momenteel populairder is dan Westerse.' Verkade brengt nog een opmerkelijke wending in het gesprek: ‘Vlak ook de Indiase kunst niet uit! India is de tweede democratie van de wereld, met de snelst groeiende economie. Ik zie met verbazing kunstenaars waar ik de naam niet eens van ken bedragen van over het miljoen per schilderij halen!'

Bron: villa d'arte 2007

  • Datum: 08-06-2007